Schrijf je 'verlaagt' of 'verlaagd'? Veel mensen twijfelen, want het verschil zit hem in een enkele letter. Toch is de regel logisch en niet ingewikkeld. In dit artikel lees je in het kort wat correct is, met heldere voorbeelden voor beide spellingen.
De korte uitleg
Het verschil tussen verlaagt en verlaagd ligt bij de functie van het woord in de zin:
- Verlaagt (met t) gebruik je in de tegenwoordige tijd, na hij/zij/het of een naam.
- Verlaagd (met d) gebruik je als voltooid deelwoord (heeft verlaagd) of als bijvoeglijk naamwoord (een verlaagd plafond).
Het komt dus aan op de vraag: gebeurt het nu (tegenwoordige tijd) of is het al gebeurd (voltooid)?
Voorbeelden van 'verlaagt' met een t
'Verlaagt' is de vorm voor hij/zij/het/u in de tegenwoordige tijd:
- De winkelier verlaagt zijn prijzen voor de uitverkoop.
- Zij verlaagt de temperatuur in de kamer.
- Hij verlaagt het volume van de muziek.
De stam van het werkwoord 'verlagen' is 'verlaag'. Bij hij/zij/het in de tegenwoordige tijd plak je daar een -t aan. Vergelijk het met 'hij loopt', 'hij maakt', 'hij verlaagt'.
Voorbeelden van 'verlaagd' met een d
'Verlaagd' gebruik je in de voltooide tijd of als bijvoeglijk naamwoord:
- De prijs is verlaagd door de winkelier.
- Het plafond is verlaagd voor extra isolatie.
- Een verlaagd plafond geeft een knussere uitstraling.
Bij voltooide tijd staat er een hulpwerkwoord (is, heeft, was, had) bij het werkwoord. Bij een bijvoeglijk naamwoord staat het woord voor een zelfstandig naamwoord, zoals 'een verlaagd plafond'.
Ezelsbruggetje: vervang het door 'maakt' of 'gemaakt'
Een snelle truc is om het werkwoord te vervangen door 'maken'. Als je dan 'maakt' kunt invullen, gebruik je verlaagt. Past 'gemaakt' beter, dan gebruik je verlaagd:
- "Hij verlaagt de prijs" → "Hij maakt de prijs lager" → verlaagt
- "De prijs is verlaagd" → "De prijs is gemaakt" → klopt niet helemaal, maar "is verlaagd" werkt zoals "is gemaakt" → verlaagd
Dit ezelsbruggetje werkt voor vrijwel alle Nederlandse werkwoorden waarbij je twijfelt tussen de uitgang -t of -d.
Samenvatting
Schrijf verlaagt in de tegenwoordige tijd na hij/zij/het/u. Schrijf verlaagd bij de voltooide tijd (met is, heeft, was, had) of als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord. Met dat onderscheid weet je in vrijwel elke zin welke spelling correct is.